Je sprintdata lezen
Persoonlijke records, % van PR, split- en velocitytrends, geschiedenis en teamleaderboards: hoe je leest wat Metric Sprint je teruggeeft.
Zodra je een paar lopen hebt opgenomen, verschuift Metric Sprint van klokken naar laten zien wat er beweegt. Elke loop opent op zijn eigen samenvatting. Metric Sprint vergelijkt elk resultaat met je persoonlijk record, en zet je splits en je snelheid over de tijd uit in een grafiek.
De testsamenvatting lezen
Het fragment staat bovenaan de samenvatting. Metric Sprint tekent daar het skelet, je poortlijnen en een live snelheidsuitlezing overheen. Je kunt de loop terugkijken naast de cijfers.
Bij een lineaire sprint opent de splitkaart met je langste split als kopcijfer. De kortere splits staan eronder. Elke splitregel toont de tijd en een gekleurde balk. De balk laat zien hoe die tijd zich verhoudt tot je beste. Peak velocity staat onder de splitkaart, daarna de acceleratiecurve.
Een agilitysamenvatting opent met het totaal. Daarna splitst hij de loop op in trajecten. Daarna zet hij snelheid uit tegen tijd, met de draaien gemarkeerd.
Persoonlijke records en % van PR
Metric Sprint houdt een persoonlijk record bij voor elke splitafstand en elke agilitytest. Het toont elk resultaat als een percentage van dat record. Het percentage verschijnt als een ring op de hoofdkaart, en als een balk op elke splitregel.
Lees het percentage zo:
- 100% — je hebt je record geëvenaard.
- Boven 100% — je hebt een nieuw record gezet, en het resultaat krijgt een ster.
- Onder 100% — het cijfer vertelt je hoe dicht je erbij zat.
Het percentage is midden in een sessie afleesbaar, in één oogopslag, van een paar meter afstand.
Metric Sprint ordent splits op afstand, niet op test. Een 0–5 m-split binnen een 20 m-loop strijdt om hetzelfde persoonlijk record als een losse 5 m-sprint.
Het startscherm lezen
Zodra je een paar dagen aan data hebt, laat de header zien hoeveel je bent verbeterd over het venster dat je hebt gekozen. Hij toont dat als één percentage met een pijl. Coaches zien datzelfde cijfer over hun hele selectie.
Je prestatiegrafiek staat onder de header, daarna je kalender met recente activiteit. Coaches krijgen ook het teamleaderboard.
Split- en velocitytrends vergelijken
De prestatiegrafiek heeft twee modi. Kies de modus via het dropdownmenu op de kaart.
- Splits — zet je tijden uit, met een filterlabel per afstand. Gebruik de labels om één metriek te isoleren of er meerdere te vergelijken. Lager is hier beter, dus verbetering loopt omlaag.
- Velocity — zet peak velocity uit, gescheiden per loopafstand. Topsnelheid uit een 10 m-loop en topsnelheid uit een 20 m-loop zijn niet dezelfde vraag. Verbetering loopt omhoog.
Het trendvenster staat standaard op zes weken. Verkort het om naar een trainingsblok te kijken. Verleng het om naar een seizoen te kijken.
Tip: Één sessie zegt je heel weinig. Sprinttijden bewegen mee met ondergrond, wind, schoeisel, warming-up en tijdstip van de dag. Beoordeel de lijn, niet de laatste stip.
Je geschiedenis bekijken
De kalenderkaart toont de laatste vier weken, met je actieve dagen ingekleurd. Zo vallen gaten in je testen meteen op.
Tik door naar de volledige geschiedenis om elke test te zien, gegroepeerd per maand. Elke regel toont de testnaam, de datum en het kopcijfer. Veeg over de regel om een test te verwijderen die je niet in je data wilt.
Teamweergaven voor coaches
Coaches krijgen naast de grafiek een leaderboard. Dat rangschikt de selectie op de metriek en het venster die jij hebt gekozen. Beide weergaven delen die keuze. Wijzig je de metriek in de ene weergave, dan verandert de andere mee.
Elke atleet heeft daarnaast een profiel met zijn persoonlijke records en zijn recente sprints. Heeft Metric Sprint een loop op de verkeerde naam opgenomen, wijs de set dan opnieuw toe vanaf het samenvattingsscherm.
Voor wat elke metriek meet, zie Sprintmetrieken.